Van familiemythe tot zelfsabotage

Pech hoort bij het leven en fouten maken ook. Als je echter heel normale verlangens hebt, zoals een fijne relatie, leuk werk, harmonie in je familie en met vrienden, afvallen of juist aankomen, en het lukt maar niet, dan is het goed om te denken aan zelfsabotage. Dat uit zich voornamelijk in gedrag en gedachtes. Stel dat je op dieet bent, het lukt aardig, totdat je op zaterdag weer helemaal los gaat op de slagroomtaart. Alle moeite voor niets. Of je hebt een belangrijke afspraak en je verslaapt je. Je hebt eindelijk een leuke date en dan ga je de hele avond over je ex zitten praten. Einde verhaal en romance! Diep van binnen wil je een bevredigende seksuele relatie, maar als je partner toenadering zoekt, laat je het afweten. Een cliënt van me zakte voor zijn examen als piloot, omdat hij een vraag fout beantwoordde, terwijl hij het antwoord wel wist. Hij begreep niet hoe hij zo dom had kunnen zijn. Daarnaast heb je de zelfsaboterende gedachtes, die je er juist van weerhouden om de dingen te doen die je zou moeten doen om je verlangens te realiseren. Ergens in je is er een stemmetje dat zegt, dat kan jij niet, daar ben je niet geschikt voor, dat gaat je toch niet lukken. Je valt altijd op de verkeerde mannen, dus maak die date nou maar niet. Hier is de innerlijke criticus aan het woord.
De meest gebruikelijk aanpak is te proberen je denken te veranderen. Ruim veertig jaar geleden schreef de Amerikaanse predikant Norman Vincent Paele het boek ‘De kracht van het positief denken’. Er zijn al meer dan 15 miljoen exemplaren van verkocht en ‘positief denken’ is een enorme hype geworden. Dat is het nog steeds, ondanks overtuigende bewijzen dat het niet werkt. Voor mensen met een laag zelfbeeld, en dat hebben de meeste zelfsaboteurs, werkt het zelfs averechts. Oefeningen in positief denken gaan doen, wakkert schuldgevoelens en depressiviteit aan. Er zit trouwens een heel venijnige boodschap achter de positief-denken-aanpak: hup gewoon even anders denken dan komt het allemaal vanzelf wel goed. Het effect is dat je je diep van binnen niet serieus genomen voelt en zelfs schuldig gaat voelen. Een jonge vrouw kwam bij me in de praktijk. Ze was aan het afstuderen en moest daarvoor een scriptie schrijven. Het lukte maar niet, hoe iedereen ook tegen haar zei ‘je kan het, kom op’. Door die goed bedoelde ondersteuning ging ze zich alleen maar rotter voelen en belandde uiteindelijk in een depressie. Ik vroeg haar wat er zo erg zou zijn aan niet afstuderen. Dat bracht een ommekeer teweeg, want voor het eerst voelde ze zich serieus genomen. Twee weken later begon ze aan haar scriptie en een half jaar later studeerde ze af. Weliswaar niet cum laude, maar toch …
Ik werk met familieopstellingen en ook tijdens mijn consulten volg ik een systemische werkwijze. Ik zie een cliënt altijd als onderdeel van het systeem waarin zij of hij functioneert. Binnen een systeem kunnen gedachtes en gedrag heel zinvol zijn om je te handhaven. Maar in een andere situatie kunnen die gedachtes en dat gedrag nergens op slaan. Zolang je een persoon alleen ziet als een geïsoleerd individu die in het hier en nu zelfsaboterend gedrag vertoont of last heeft van een innerlijke criticus dan blijft zelfsabotage een vreemd en onverklaarbaar verschijnsel. Aan talenten ontbreekt het zelfsaboteurs namelijk vaak niet. Veel alleenstaanden zijn charmant, zien er goed uit en toch lukt het maar niet om een partner te vinden. ‘Onbegrijpelijk’, zeggen of denken familieleden en vrienden vaak. Wie met familieopstellingen werkt, weet dat het gezin / de familie waarin je opgroeit als systeem bepalend is voor de manier waarop je in het leven staat en hoe je functioneert. Wanneer je eigenlijk altijd negatieve gedachtes over jezelf hebt en als mislukken chronische is geworden dan is het de moeite waard om eens te kijken of de zelfsabotage niet haar oorsprong vindt in het familiesysteem waarin je bent opgegroeid.
Iedere familie heeft haar overtuigingen over hoe het leven in elkaar zit en hoe het de leden van die familie in het leven vergaat. Die overtuigingen zijn eigenlijk verhalen (mythen) ter geruststelling. Een paar voorbeelden: Als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje. De duivel schijt altijd op één hoop. Het zijn bekende overtuigingen waarmee vooral arme mensen hun lot verklaarden en dat hielp om erin te berusten. Zo zit het leven nou eenmaal in elkaar. En als je dat accepteert, geeft dat rust. Dat is ook te betekenis van berusten. Ook het idee dat bepaald onheil een straf van God is, of dat er een vloek rust op bepaalde families, kan behoren tot de verhalen van een familie. De man die zakte voor zijn pilootexamen vroeg ik hoe er in zijn familie (hij kwam uit een familie van eenvoudige landarbeiders) werd aangekeken tegen studeren en hogerop komen. Hij vertelde me: “Studeren was bij ons in de familie niet weggelegd voor ons soort mensen. ‘Ons bin dom’ zei mijn moeder altijd.” Maar ook de positieve mythen kunnen een funeste uitwerking hebben. Ook hiervan enkele voorbeelden: Wij Jansens zijn geboren om leiding te geven. Alles wat een De Groot aanraakt, verandert in goud. Wij trouwen niet beneden onze stand. En ook die schijnbaar positieve overtuigingen kunnen een funeste uitwerking hebben, want in elke familie is er wel een buitenbeentje dat niet past in het familieverhaal.
Nu zijn de familiemythen niet altijd bewust en vaak wordt er niet eens over gesproken, maar ze zijn altijd als een soort ondertoon aanwezig, in het handelen en in de communicatie. Deze vaak onzichtbare en onbesproken onderstroom is van enorme invloed op de vorming van kinderen en dan vooral in de eerste vier levensjaren. Dat gaat als vanzelf en vader en moeder hoeven niet eens te vertellen ‘dat doen we hier zo bij de familie Jansen’. Dat krijg je met de paplepel ingegoten, zeggen we dan wel, om aan te geven dat er geen woorden voor nodig zijn. Dit proces noemen we de gewetensvorming. De gangbare ontwikkelingspsychologie noemt het geweten het vermogen om onderscheid te maken tussen goed en kwaad. Bert Hellinger, de grondlegger van de familieopstellingen, gaat verder en ziet het geweten als een soort zintuig dat vertelt of je erbij mag horen of niet. Een kind dat handelt in overeenstemming met de mores van de familie, heeft een gevoel van erbij horen en heeft een goed geweten. Wie de familieregels overtreedt of handelt in strijd met de familiemythen verspeelt het recht om erbij te horen en heeft een slecht geweten. Het belangrijkste streven van het kind is bij de familie te horen, dat is namelijk de basiszekerheid. Een jong kind is altijd loyaal naar de moeder en de vader, dus het systeem (gezin en familie) waarin het opgroeit. Die loyaliteit is er ondanks de omstandigheden, zelf kinderen die mishandeld worden, seksueel misbruikt of verwaarloosd, vertonen eenzelfde loyaliteit als kinderen die onder gelukkige omstandigheden opgroeien. De mythen en gewoonten van de familie heeft een kind rond het vierde jaar verinnerlijkt en sturen voor een belangrijk deel het denken, voelen en het gedrag. In dat proces heeft een kind geen keuzes, het verinnerlijkt niet alleen de positieve, maar ook de negatieve patronen en overtuigingen. Die blijven een leven lang, vaak op onbewust niveau, je gedrag en denken beïnvloeden. Het geweten is dus zeker het verschil kunnen maken tussen goed en kwaad, maar wel binnen de groep (familie) waartoe je behoort. ‘Gij zult niet doden’ geldt in eerste instantie voor de eigen familie of clan. Een ‘vijand’ een kopje kleiner maken, daar is voor veel mensen weinig op tegen.
Vroeger, in Nederland tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw, leefden jong volwassenen door in de traditie van de familie. Ze behoorden tot dezelfde sociale klasse en gingen om met mensen van hetzelfde geloof. Tegenwoordig willen mensen vooral hun eigen weg volgen, ze willen de fouten van hun ouders vermijden. Je eigen keuzes maken is ook iets dat door de hele samenleving wordt aangemoedigd. Dat brengt je in een dilemma, want de trouw aan het familiesysteem is niet meer vanzelfsprekend, maar je blijft die drang wel voelen. Vaak is dat echter totaal onbewust. Veel van mijn cliënten zijn stomverbaasd als ze ontdekken, dat ze in feite patronen uit het familiesysteem aan het herhalen zijn. Stef Bos zingt het treffend in zijn liedje Papa. Hij wil alles anders doen, maar uiteindelijk moet hij het erkennen: ‘Papa, ik lijk steeds meer op jou’. Cliënten die worstelen met het vinden van een partner hoef ik vaak alleen maar te vragen ‘hoe zat dat vroeger in de familie met relaties en trouwen?’ In de jaren zestig van de vorige eeuw was er een enorme drang naar vrijheid. Er ontstonden veel vormen van zelfontwikkeling en individueel gerichte therapie. Die groeibeweging had echter ook z’n beperkingen, want al die mensen die de sprong naar de vrijheid waagden bleken vast te zitten aan stukken elastiek. Het elastiek van de familiebanden. Ook nu nog in deze tijd van individualisme zijn die banden sterker dan we denken. Op individueel niveau uit die kracht zich vaak in de vorm van zelfsabotage. Het is niet voor niets dat familieopstellingen steeds meer aan populariteit wint. Een been kun je amputeren, je familie nooit. Die leeft in je voort of je dat nu leuk vindt of niet. Natuurlijk kun je het verleden de rug toe keren en je eigen gang gaan. ‘Uiteindelijk kom je jezelf toch ergens weer tegen’, zeggen we dan. Er moet dus iets anders gebeuren. Hellinger formuleert het in één van zijn boeken kort en krachtig: ‘Wie op de hoogte is van zijn lotsverbinding kan zich ervan losmaken.’
Dat is geen reden om maar niets te doen, want dan is er geen ontwikkeling. Dan blijft iedereen in de familie zichzelf zien als slachtoffer van de omstandigheden, het noodlot of van de boze buitenwereld. Ik zie zelfsabotage als een waardevol aanknopingspunt in de therapie. De innerlijke saboteur is namelijk de vermomde overlevingsstrategie van je familie van herkomst. Het is dus oorspronkelijk geen vijand maar een helper. Realiseer je dat iedereen zijn bestaan te danken heeft aan het vermogen van de familie om te overleven. Wanneer je dat oorspronkelijk gevoel van steun kunt inzien en ervaren, kun je die op waarde schatten en eren. Pas dan wordt het mogelijk om in vrijheid keuzes te maken. Dat lijkt tegenstrijdig en wordt soms ervaren als falen. In mijn praktijk krijg ik nogal eens mensen die verlangen naar een relatie, maar tegelijk een patroon hebben ontwikkeld waardoor mislukken bij voorbaat vaststaat. Zo vertelde een cliënte me dat ze alleen een partner wilde die haar op handen zou dragen. In het gesprek dat we hadden, bleek dat er in haar familie nogal wat ongetrouwde tantes waren. Ze kon zich de uitspraak van één van haar tantes nog goed herinneren: ‘Mannen, ze willen wel de lusten maar niet de lasten.’ Mijn cliënte bleef trouw aan het familiesysteem door in de liefde absurd hoge eisen te stellen. Dat is een vorm van zelfsabotage die we heel vaak tegen komen. Om een relatie te krijgen, moet je je open stellen en spontaan verliefd durven worden. Wie met een programma van eisen op zoek gaat naar een partner is gedoemd te mislukken.
Niet altijd leidt de eerste confrontatie met zelfsabotage die voortkomt uit het familiesysteem tot een bevrijdend inzicht. Veel mensen hebben last van een veel voorkomende saboteur ‘het altijd beter weten dan de anderen’. Mensen die ik in mijn praktijk krijg, zijn absoluut niet dom, hebben vaak veel gelezen en soms ook wel eerder aan familieopstellingen gedaan. Het beter weten dan de ander is een lastige vorm van zelfsabotage. Mensen psychologiseren of filosoferen veel waardoor ze in feite uit verbinding gaan met zichzelf en met hun lichaam. Je wilt je bijvoorbeeld wel verbinden met je werk, maar het kan zijn dat daar een emotionele blokkade op zit. Je saboteert door dingen niet te doen, ze af te raffelen of passief te worden. Het is dan niet de kunst om een verklaring te zoeken in de psychologie of esoterie, maar om weer contact te maken met jezelf, je lichaam, je gevoelens en je familie. Als je eenmaal een verklaring hebt, dan ben je klaar. Wat in familieopstellingen naar boven komt, is bijna altijd een verrassing. Een man klaagde over de afstandelijkheid van zijn vader. Hij voelde een diepe wrok jegens zijn vader. In de opstelling bleek dat er in zijn familie veel geweld tussen vader en zoon voorkwam. Zijn vader wilde dat niet en zag als enige mogelijkheid om afstand te houden. Het kostte mijn cliënt veel moeite om echt te geloven dat zijn vader had gehandeld uit liefde.
Succes in het leven is nauw verbonden met de relatie die je had met je moeder en je vader. De moeder is in het systemisch denken essentieel voor het nemen van het leven, geluk en succes. Zij is de bron van je bestaan. Veel cliënten vertellen dat de relatie met hun moeder niet zo geweldig was, dat ze vroeg is overleden, of dat een broer of zus veel meer aandacht kreeg. Als je graag succes wilt in het leven dan is het belangrijk om te onderzoeken wat je drijfveer is. Komt dat echt vanuit jezelf, of ben je nog steeds op zoek naar erkenning van je ouders? Ook je vader is van groot belang, want hij is de poort naar de buitenwereld. Hoe was het met zijn succes en hoe stond hij in het leven. Heeft hij jou discipline geleerd, stabiliteit en rust gegeven en heeft je gesteund. Veel mensen hebben dat als kind niet zo ervaren. Als je een autoritaire vader had, dan is er kans dat je je als een eeuwige puber gaat gedragen. Eigenlijk herhaal je dus een soort basisstructuur zoals die in de eerste vier jaar van je leven is gevormd. Als je geen inzicht krijgt in het systeem dan blijven die patronen zich herhalen. Nu heeft niet elk handelen van je ouders een oorsprong in het familieverleden. Alle ouders maken fouten en kinderen hebben vaak een groter incasseringsvermogen dan we denken.
Het gezin is al enkele decennia lang niet meer de heilige hoeksteen van de maatschappij. Dat heeft nadelen, want veel mensen voelen zich ontworteld. De oude familiebanden hebben niet meer dezelfde bekoring als vroeger en we ervaren ze vaak als knellend. Aan de andere kant zijn er ook voordelen, want ook de negatieve kanten van het familieleven mogen nu openlijk besproken worden. Vijftig jaar geleden was het niet zo vanzelfsprekend dat kindermishandeling, incest en huiselijk geweld aan de kaak werden gesteld. Trouwen beneden je stand of met iemand van een ander geloof was een schande voor de familie en kon tot onterving of uitstoting leiden. Om over uit de kast komen van homofielen nog maar te zwijgen. Dat gebeurde gewoon niet. In veel culturen is nog steeds het welzijn van het individu ondergeschikt aan de eer van de familie. We leven gelukkig in een land en in een tijd waarin we in alle openheid kunnen kijken naar de positieve en naar de negatieve kanten van onze familie. Over die negatieve kanten werd vroeger weinig of niet gesproken. Veel van mijn cliënten komen binnen met een familiegeheim dat ze zich soms maar ternauwernood bewust zijn. Als een opstelling de werkelijkheid laat zien, is dat voor een cliënt meestal een enorme opluchting. Eindelijk mag het levenslange stilzwijgen doorbroken worden. Zelfsabotage als loyaliteit aan het familiesysteem is niet langer nodig en familieopstellingen vormen een fantastisch instrument om je uit die verstrikking te bevrijden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *